
Ik groeide samen met mijn broer Yaike en zusjes Annelinde en Lotte op in Ruinen, een klein dorpje in Drenthe. Mijn ouders waren zoals zovelen in die tijd vanuit Amsterdam naar het platte land getrokken.
We woonden in een oude boerderij die mijn vader zou gaan opknappen. Maar hij bleek nog geen spijker recht te kunnen slaan. Douchen deden we daarom lang onder een ijskoude waterpomp, om ons daarna klappertandend weer aan te kleden bij een grote kolenkachel in de woonkamer. In de winter kwam de sneeuw mijn slaapkamer binnen. Op mijn twaalfde was mijn moeder de rommel daar helemaal zat en verhuisden we naar een mooi huis in Meppel.
Omdat ik naar de onderbouw ging van de vrije school in Meppel was het logisch dat ik ook naar de bovenbouw in Groningen ging. Ik herinner me dat Bram, Yves, Sanne en ik een stuk kleiner waren dan de jongens uit Groningen. Wij kwamen fysiek wat langzamer op gang en dat gold eigenlijk ook voor onze gewetensvorming. Tijdens de rit van en naar Groningen hadden trein en passagiers het dan ook behoorlijk te verduren. Op de een of andere manier werd het allemaal steeds gekker, en gooiden we op een gegeven moment niet alleen eieren en bananen maar ook hele bankstellen uit de treincoupe. Omdat er in Hoogeveen een school zat voor zeer moeilijk lerende kinderen met gedragsproblematiek bevonden we ons wel in goed gezelschap. Zo herinner ik mij Gekke Paultje die bij ons in de coupé jongleerde met dynamietstaven waarvan Sanne zei dat ze nep waren maar waarmee hij een week later de complete fietsenstalling van de Christelijke Basisschool Meppel opblies. Afijn, we overleefden en uiteindelijk, ook na het vroegtijdige vertrek van Yves, doofde het allemaal langzaam uit.
In het eerste jaar ging ik veel om met Yves en Sanne, maar ook met David Nauta en Martijn Waalboer. Ik schrok dan ook wel toen ik las van zijn overlijden. David was een verhaal apart. Ik weet nog dat hij Ignace het bloed onder de nagels vandaan haalde door werkelijk elke vraag te beantwoorden met de oneliner: tu veux une pomme? Yves en David gingen na de 8e van school, Martijn denk ik een jaar later. Sanne bleef in de elfde zitten. Hij nam toen steeds een trein later waardoor we elkaar niet meer zagen, het was een wat naar einde van een lange vriendschap. Ik heb hem nooit meer gezien, Yves daarentegen zie en spreek ik nog regelmatig.
Ik ging graag naar school. Ik genoot vooral ook van de reis naar de Ardennen, Schiermonnikoog, de toneelweken en muziek. En de dagelijkse gang naar de bakker in de pauze met Sjokki voor een worstenbroodje. Ik bewaar goede herinneringen aan veel leraren, maar misschien Ruud Eichelsheim in het bijzonder. En dat had niks met het vak Duits te maken. Ik was denk ik geen makkelijke leerling. Maar Ruud kon daar op een of andere manier goed mee omgaan. Bij hem scoorde ik zelfs op gedrag en inzet een goed.
Na de vrije school ben ik naar het NAC gegaan. Ik struikelde vooral over wiskunde. Na het eerste jaar verving ik wiskunde voor aardrijkskunde en haalde ik mijn diploma. Ik heb toen nog even samen met Remi in Groningen gewoond, daarna ben ik een paar jaar gaan reizen (India, Afrika en Azië). Weer terug in Nederland ben ik journalistiek gaan studeren in Zwolle. De studie zelf was een makkie. Ik geloof dat de opleiding destijds werd geselecteerd als de slechtste van Nederland, waardoor het diploma uiteindelijk minder waard was dan een volle Esso-spaarkaart. Ik kon ook geen werk vinden na afloop en belandde via via in de zorg. Dat bleek ik eigenlijk heel erg leuk te vinden. Ik ben toen in Utrecht gaan wonen met mijn beste vriend als huisgenoot. Ik heb in deeltijd mijn SPH diploma gehaald. Momenteel zit ik in de eindfase van de master forensische zorg. Ik werk momenteel als behandelaar bij een ACT jeugdteam in Utrecht. Wij behandelen jongeren in de leeftijd 12-23 jaar waarop de reguliere ggz geen grip krijgt. Veel jongeren zijn totaal vastgelopen. Mijn werk is om samen met collega’s uit te zoeken wat er aan de hand is. Dat is vaak al een hele klus, maar ik vind dat erg leuk. Daarna proberen we een goed behandeltraject op touw te zetten. Geen dag is hetzelfde en omdat we de jongeren opzoeken in hun eigen omgeving ben ik veel onderweg. De (psychiatrische) problematiek is wel zwaar, ik krijg in mijn werk te maken met suïcides, georganiseerde misdaad, prostitutie maar bijvoorbeeld ook eerwraak.

Vijftien jaar geleden heb ik op mijn toenmalige werk mijn vrouw Janine ontmoet. We hebben drie prachtige dochters, Fenna (13), Martha (11) en Eden (3). Fenna en Martha gaan naar de Vrije school in Zeist. Ze vinden het leuk als ik aan tafel vertel over vroeger, dus veel verhalen uit onze tijd op school kennen ze inmiddels. De noodkreet van Ignace (dit is uitermate bespottelijk!), Remi die uit een boom viel boven een beek in de Ardennen, het logeren bij notabene onze docent biologie (Gert Adema) als we een feestje hadden. Het zijn hier thuis stuk voor stuk klassiekers. Zelf zijn ze heel braaf, althans zo doen ze het voorkomen😉

Ik doe nog veel dingen die ik in mijn jeugd ook deed, zoals voetballen en vioolspelen. Martha speelt ook viool en we spelen veel samen. Fenna speelt heel goed gitaar. En Eden zingt de hele dag. Verder rijden Fenna en Martha net als Janine en ik graag paard, wat we vaak doen waar ik dat als kind ook altijd al deed, op de hei in Dwingeloo, op een steenworp afstand van de plek waar ik ben geboren.
Tot zover. Ik zie er naar uit jullie allemaal weer te spreken en te zien aanstaande zondag!
Florian
Geef een reactie