
Lieve oud klasgenoten,
Wat leuk om jullie verhalen te lezen en te horen hoe ieders leven zich heeft ontwikkeld. Om terug te keren naar het allereerste begin, moet ik wel heel diep graven. Natuurlijk heb ik nog herinneringen aan de lagere Vrije School in Emmen, waar mijn ouders samen met oa de ouders van Nelleke de Vrije school hebben opgericht.
De gehele lagereschooltijd heb ik met Wendi, Nelleke en Trudie in de klas gezeten.
Ik herinner mij vooral de eerste klas bovenin een lokaaltje met roze gesluierde muren binnen een schoolgebouw voor verstandelijk gehandicapten. Best wel eng om in de pauze over hun grote schoolplein naar ons eigen kleine schoolpleintje te lopen en de kwijlende, hummende en stuiterende kinderen te ontwijken.

Een tijd van bazaars en seizoensfeesten, Paradijs-, Kerst-, Drie Koningenspel en van meester Frans Klappe die onze mentor was gedurende de gehele onderbouw. Wat me naast veel leuke momenten herinner is een overall gevoel van niet op mijn plek zijn. Ik vond veel dingen kinderachtig (zegt een kind van 10) en zat vaak niet lekker in mijn vel. Alles veranderde totaal toen ik naar de bovenbouw in Groningen ging.
Mijn zus Mariëtte zat twee klassen hoger bij de broers van Yves, Sanne, Bram en als ik me niet vergis Maria in de klas (ook de Meppel combi). De verhalen uit Groningen klonken mij als muziek in de oren. Dat was tenminste een échte school (ahum) met normale mensen (2 x ahum). Haha, als ik daar nu aan terug denk, kon ik het niet méér bij het verkeerde eind hebben. Toen kwam ik namelijk bij jullie schorrie morrie in de klas!!!!
Ik vond de klas meteen een verademing. Iedereen leek het goed met elkaar te kunnen vinden. Geen fluistergroepjes zoals op de onderbouw. Dat gekke maar ook sfeervolle gebouw aan de Wassenbergstraat stond bol van nieuw en spannend. Ineens was je weer de jongste in een school met oudere kinderen. Stoer vond ik dat. Wat ik me vooral herinner was de enorme lol die we vaak hadden. Er werd veel gekeet en er leek in het begin een leuke competitie te zijn tussen de Meppel mannen en de Groningen gozers.
Vooral de totaal onaangepaste joligheid van Sanne kon ik erg waarderen en hoewel hij een ‘pain in the ass’ kon zijn, heb ik in mijn broek gepiest van het lachen mét en om die jongen (dank nog daarvoor!). Ik kon behoorlijk recalcitrant zijn en probeerde mijn ‘eigen weg’ te vinden. Zo weet ik nog dat ik in de 12 klas Duits, van Ruud Eichelsheim, niets meer aan vond en dus besloot om gewoon geen huiswerk meer te maken. Toen hij me daar na de les op aansprak zei ik dat ik toch nooit iets met Duits zou gaan doen en dus beter mijn tijd aan vakken kon besteden waar ik wél wat aan had (hoezo bijdehand!). Maar hij ging akkoord en zei: ‘Prima, dan ga je je maar met andere vakken bezighouden, maar ik wil geen last van je hebben in de klas en dit blijft tussen ons’. Ik was met stomheid geslagen.
Later heb ik tijdens mijn werk wel eens teruggekregen dat ik zo overdonderend/overtuigend kan zijn, dat men er niet over peinst daar iets tegenin te brengen. Die overtuiging, die een onzekerheid moest verbergen, heeft gelukkig plaats gemaakt voor een mildere benadering.
Ook ben ik in de 10e klas nog even naar een ‘normale school’ gegaan, het GSG in Emmen. Daar zaten mijn vrienden en vriendinnen uit Borger op school en dat zou vast meer iets voor mij zijn. Niet al dat halfzachte gedoe van de Vrije School. Na 3 weken kwam ik met hangende pootjes en een mooie ervaring rijker terug in Groningen. Ik kon er met mijn verstand niet bij dat er tussen de lessen door 1500 leerlingen van klas wisselden in plaats van 50 docenten.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat iedereen zichzelf kon zijn in de klas en dat de verschillen juist gewaardeerd werden. Dat blijft me ook bij van de Vrije School in het algemeen. Je kon uitblinken in toneel of sport, tekenen of wiskunde, het maakte niet uit. Iedereen zijn eigen kwaliteiten. Ik heb hele positieve herinneringen aan die bovenbouw tijd. Teveel herinnering om op te noemen, maar daar komen we op de reünie vast op terug.
Na de Vrije School heb ik, zoals velen uit onze klas, een jaartje NAC gedaan. Dat was ook het jaar dat ik in Groningen op kamers ging. Met een HAVO diploma op zak ben ik begonnen aan de studie logopedie. Dat werd ingegeven door mijn eindwerkstuk dat over ‘De ontwikkeling van taal’ ging. Niet echt een succes en dus veranderde ik van studie na het eerste jaar. Het werd academie Minerva, waar ik de richting Grafisch Ontwerpen volgde. Mijn studietijd in Groningen vond ik geweldig. Ik roeide op de bovenbouw al een jaartje met Nienke bij de Hunze, gecoacht door Boudewijn. En toen ben ik tijdens mijn studietijd bij Aegir gaan roeien.
Een studententijd met grote contrasten. Enerzijds de serieuze alternatieve academiesfeer en anderzijds de studentikoze roeiclub compleet met bral- en schuimfeesten. De twee uitersten heb ik altijd interessant gevonden. Na mijn studietijd ben ik een klein jaartje gaan backpacken in Australië, maar daarna moest het werkende leven dan toch eindelijk maar eens beginnen.
Tja, en dan wordt het verhaal ook meer ‘een ver van jullie bed show’. Jullie kunnen mijn portfolio op mijn website bekijken, dat zegt meer dan alle verhalen eromheen. In het kort kan ik zeggen dat ik een ‘carrière’ heb gehad in de uitgeverij voor verschillende publieksbladen. Ik heb op een aantal ontwerpbureaus gewerkt en B2B bladen en sponsored magazines gemaakt.


Inmiddels werk ik alweer 6 jaar als freelance redactioneel artdirector/vormgever en heb her en der klussen. Interessanter is het wellicht om te weten dat ik nooit kinderen heb gekregen (zoals de meesten van jullie wel lees ik), en dat ik 21 jaar in Amsterdam heb gewoond met een druk sociaal leven. Sinds 5 jaar ben ik samen met mijn vriend Dan, die ik in Italië ontmoet heb, waar hij als Utrechter een B&B runde in de prachtige provincie Le Marche. In 2018 is hij terug naar Nederland verhuisd en hebben we even ge-LAT vanuit Utrecht en Amsterdam.
Maar, en dat herken ik in het verhaal van Martijn, het voelt sinds een aantal jaren prettiger om meer uit de drukte van de stad te zijn. Meer de natuur op te zoeken en de vaste lasten te drukken, zodat er meer ruimte ontstaat voor lummelen, flierefluiten en ‘het gewoon lekker aankijken’. Sinds 15 januari 2021 heb ik daarom mijn huis in Amsterdam verkocht.
Na 10 weken in een bungalow in Drenthe te hebben doorgebracht vanwege het ziektebed en sterfproces van mijn lieve moeder Hilje (7 maart 2021), zijn mijn vriend Dan en ik naar Griekenland (Peloponnesos) verhuisd. Gewoon twee koffers en de laptop mee en we zien wel. Griekenland werd uiteindelijk verruild voor Andalusië, maar door gebrekkig internet op het platteland, de plek waar we het liefst wilden zitten, zijn we uiteindelijk eind 2021 teruggekeerd naar Nederland.


Vanuit een vakantiehuisje in Drenthe zijn we vervolgens op zoek gegaan naar een huis in het noorden. Dat kon wat ons betreft Friesland, Groningen of Drenthe worden, maar het werd uiteindelijk (ach ja natuurlijk) Groningen. En het leukste van al, we wonen sinds 1 mei om de hoek bij Ignace, namelijk in Kloosterburen! Ook hebben we sinds twee weken een lieve huisgenoot, hij heet Toeter en komt uit Roemenië.
Nou lieve kijkbuis kinderen, ik ga jullie zondag zien, dan praten we verder.
Heel veel zin in!
Frederiek
Geef een reactie