Hoi allen,
Dubbel lees ik mee met iedereen; wat ontzettend leuk om te lezen over ervaringen in het leven, in het hier en nu, en over vroeger. En wat maar een klein deel heb ik maar met jullie mee mogen lopen!!
Een wat uit het lood geslagen meisje was ik toen ik in de 10e klas me mocht komen voegen in jullie klas, en wat heeft me 3 jaar vrije school een hoop goed gedaan!!!
De keuze destijds was om het vrije onderwijs maar op te zoeken, omdat men zei dat me dat goed zou doen. Mijn pleegbroertje Winne de Leeuw en Marije de leeuw waren me al voorgegaan op de onderbouw in Emmen, en mijn pleegouders voorzagen voor mij ook veel goede momenten op de Vrije school.
Ik kwam vanuit een derde klas MAVO, waar ik niet zo veel uitvoerde, en had al bedacht dat ik goudsmid wilde worden. Ik had niks te verliezen, ik hoefde op mijn 16de nog niet op kamers naar Schoonhoven. Een andere ervaring opdoen in de schooltijd, langer kind kunnen zijn, en me ontwikkelen op sociaal niveau was een betere keuze. De tijd voor ik in mijn pleeggezin kwam wonen op mijn 11de was wat dat betreft ook rumoerig geweest, met het verlies van beide ouders op mijn 6e en 7e levensjaar. Na veel rondzwervingen tussen mijn 6e en 11e in de jeugdzorg en uiteindelijk een vaste plek te hebben gevonden bij Gerard en Marieke, was dit denk ik ook ook niet zo fout ingeschat.
Zodoende kwam ik in jullie warme bad.
3 jaar mee mogen lopen in creatieve vakken. Toneel, koor, stages, landmeten op schier, periodeonderwijs, periodeschriften. Jeetje, wat ging er een wereld voor me open. Vooral de periode kunstgeschiedenis, en muziekgeschiedenis waren mindblowing voor me. IN materie duiken in plaats van vluchtig kennis nemen van, maakte dat ik zelf ook meer de diepte in kon duiken.
Uiteraard merkte ik daar tijdens de drie jaar weinig van, dat was wat op dieper niveau gebeurde.
Wat me goed is bij gebleven waren de reisjes dus. Voetbal kijken in Duitsland, terwijl Nederland won. Wiskundeles van Rob, waar Hedi en ik net een fles rest wijn soldaat hadden gemaakt. Wat hadden we een lol. Feestjes die anderen ook al benoemden. Uitgaan in Meppel met Maria. En ik weet niet hoeveel ‘de Dijk’ concerten we wel niet hebben gezien!
Na de vrije school deed ik ook nog het NAC, alhoewel ik daar dan weer veel minder van weet. Toen ik uiteindelijk op mijn 19de alsnog naar Schoonhoven verhuisde, was ik wel een stuk zekerder van mezelf geworden, en was ik ook meer Quintine dan daarvoor. In Schoonhoven heb ik de opleiding goudsmid gevolgd, en daarna zilversmeden. Ik ben voor mezelf begonnen met een eigen atelier, en daarnaast ben ik manager geworden, van een juwelierszaak in Utrecht. Dit was een leuke tijd van beurzen in Italië en Spanje, een nieuwe sieradenlijn opzetten en op de markt brengen, en vooral veel geld omzetten en de sieraden business van Nederland ontdekken. Helemaal geen leuke wereld. Ik hou van edelstenen, de geschiedenis van goud en zilver en waarom mensen symboliek, religie en ondersteuning al eeuwenlang zoeken in sieraden. Geld, waarde en egoverheerlijking met sieraden heb ik veel minder mee. 🙂
In mijn eigen bedrijf Hulpbronnen heb ik ook deze andere kant weggezet. Ik werkte als goudsmid vooral met de geschiedenis van mensen. Oud goud/sieraden van mensen omvormen naar een eigen, nieuwe vorm sieraad was wat ik deed. Mensen versterken om met hen een amulet, hulpbron of symbolisch sieraad te ontwerpen heb ik lang gedaan. Meestal verwerkten we de levensgeschiedenis in een nieuw sieraad. As van dierbare, een steen of ring van ouders/oma’s dat soort dingen. Tegenwoordig zie je dit concept veel, 20 tot 25 jaar geleden veel minder.
Tijdens mijn werk als goudsmid ben ik niet gestopt met leren. Ik wilde veel meer weten over familiegeschiedenissen, en over de psychologische kant van het hebben van hulpbronnen.
Aan het eind van mijn vakschoolperiode heb ik ook mijn man Paul ontmoet. We hebben ons in Gouda gevestigd omdat dit voor mijn atelier, en werk een centrale plek was. Mijn man is nooit begonnen als goudsmid, maar is de sociale kant op gegaan in een jeugdgevangenis. Vanuit dit werk wilde hij op een gegeven moment meer doen voor jongeren, dan ze pas ontmoeten in een uitzichtloze situatie. Hij wilde graag een crisisopvang beginnen of een gezinshuis, waarin hij op een eerder moment iets kon betekenen voor jongeren. Aangezien ik vanuit mijn ervaring in de jeugdzorg mijn buik daar eigenlijk wel vol van had, was ik daar niet zo happig op. Wel wilde ik weg uit Gouda. En was ik toe aan iets heel anders. Ik miste Drenthe met haar bossen, en rust. Mijn eigen bedrijf kon prima vanuit iedere locatie vanuit Nederland. Op dat moment gingen mijn pleegouders verhuizen naar Texel om daar dichter bij Marije, haar man en hun kinderen te gaan wonen, en hebben wij toen hun huis gekocht. Er werd zo een cirkel rond gemaakt. Het huis waar ik ooit zo liefdevol was opgegroeid, en wat me zoveel had gebracht, kon nu verder in uitgebreide vorm meer liefde voor uithuisgeplaatste jongen betekenen. We zijn een gezinshuis begonnen in 2011. In eerste instantie heb ik mijn atelier gehouden, maar uiteindelijk ben ik me meer en meer met jeugdzorg gaan bemoeien. Voor veel mensen is dit een heel andere tak van sport dan mijn atelier, maar het ligt er voor mij vlak naast. In mijn atelier keek ik met mensen naar hun familiegeschiedenis, en in ons gezinshuis kijk ik met de kinderen die hier wonen naar hoe we hun familiegeschiedenis en dynamiek om kunnen zetten naar een gezonde toekomst.
Na het behalen van mijn papieren van systeemspecialist/therapeut heb ik mijn werkveld uitgebreid. Mijn man is drijvende kracht in ons gezinshuis, en ik werk in de jeugd en kinderpsychiatrie als gezinsbehandelaar op de kliniek, en geef hier ook lichaamsgericht therapie aan ouders. Leuk detail daarvan is dat ik op de kliniek hoop te bereiken dat mijn werk als gezinshuisouder ooit komt te vervallen. Door traumabehandeling te geven in klinische setting helpen wij ouders om hun opvoeding anders en effectiever aan te kunnen pakken met kalmer brein. Dit helpt zwaardere problematieken te voorkomen in de gezinnen zodat kinderen veilig thuis kunnen opgroeien.
Wat voor ons ook een belangrijke keuze was om alles in Gouda achter te laten was dat we in die periode 14 keer zwanger zijn geweest, maar nooit levende kindjes op deze aarde hebben kunnen zetten. Ik heb de laatste keer bijna moeten bekopen met mijn eigen leven. Voor mijn man was het daarmee klaar met zijn kinderwens, voor mij nog niet. Ik dacht dat even rust en ruimte, en andere omgeving me wel genoeg zou opleveren om het toch nog een keer te proberen. De pauze die we hebben genomen is uitgemond in een volledige stop. Tijdens de pauze heb ik ingezien dat mijn leven geven voor een volgende generatie niet de manier was voor zowel vader als toekomstig levend kindje. Het verhaal van ons, het goudsmeden en werken met familieverhalen, het gezinshuis, en de miskramen heeft in 2012 geleid tot deelname in het tv programma ‘de wandeling’. Na dit programma heb ik ook van sommigen van jullie een reactie gehad.
Ik denk dat de fluïditeit van families wel een rode draad door mijn leven is. Afgelopen december zijn we trotse opa en oma geworden van een kindje van 1 van onze eerste gezinshuiskinderen. Iets wat we nooit voor mogelijk hebben gehouden door onze eigen onvervulde kinderwens. Dit mensenkind, (nu dus de moeder) is ook op haar 11de bij ons komen wonen en is nu 24 jaar. Zowel ouder zijn voor haar is niet gestopt toen ze oud genoeg was om ons gezinshuis te verlaten, zo is de eretitel van oma en opa ook heel natuurlijk toegevoegd in de relatie. Ook nu kiezen kinderen ervoor om na hun 18de voor vrijwillige hulp vanuit ons gezinshuis te behouden, net zo goed dat anderen ervoor kiezen om de vleugels uit te slaan en niet meer om te kijken. Voor mij zijn families, trauma’s, kinderen, kleinkinderen, systemen en dynamieken onderdeel van mijn leven, maar volgt dit nooit een biologische verbinding met mijn leven.
Nou in notendop wat er van mij is geworden, ik kijk er naar uit om een ieder weer te zien de 5de!
Geef een reactie