Martijn Tervoort

Ik ben opgegroeid in een boerderij in Hellum, een dorpje van ongeveer 600 inwoners in de gemeente Slochteren.

Mijn vader was psychiater en mijn moeder docent. We hadden thuis geiten, schapen, kippen, ganzen en katten. Ik heb een 10 jaar jongere broer Willem. Mijn ouders waren vaak aan het werk en ik las veel boeken; ik was een echt ‘Kijk-jongetje’. Ik had een ‘bakkie’ waarmee ik veel kletste met een vriendje dat een dorp verder woonde. Ik was veel op mezelf, maar het was ook een jeugd met huttenbouwen, spelen in hooibergen, slootjespringen, door het ijs zakken en ’s zomers zwemmen in het Schildmeer.

Geboren Groninger maar ‘Hollands opvoed’. Ons gezin was ‘import’. Op het dorp begroette je elkaar met ‘moi’. Op de dorpsschool was er weinig ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Die beperkte zich in de derde klas tot het vooruitwerken in taal- en rekenboekjes die eigenlijk voor vijfdeklassers waren bestemd. Dat zorgde ervoor dat ik door sommige klasgenoten als ‘lutje snakkertje’ werd gezien. Die eenzijdige schoolbeleving was voor mijn ouders de voornaamste reden om mij vanaf de vierde klas naar de Vrije School ‘in Stad’ te laten gaan.

Dat was een flinke cultuurshock. De overgang van het werken uit boekjes op de dorpsschool naar vormtekenen en euritmie was groot. Op de onderbouw hadden wij juf Elly. Ze was erg aardig maar ze kon niet zo goed orde houden. Ik herinner mij worstelwedstrijden in de klas. De vierde klas was didactisch gezien een verloren jaar, maar ik voelde mij snel thuis op de Vrije School. De  leerachterstand werd snel ingehaald toen wij in de vijfde meester Klaas voor de klas kregen. Geen worstelwedstrijden maar Duitse naamvallen.

Naar de bovenbouw in de Wassenberghstraat. Gezien de staat van het pand zaten we daar anti-kraak. Toen ik voor een taakje naar Harry de conciërge werd gestuurd, heb ik de kelder helpen hozen. Het pand lekte en er kwam wel eens stucwerk van het plafond naar beneden. Ignace werd onze mentor. Vanaf de negende klas gingen we naar de Merwedestraat. Aan die tijd koester ik veel oude koeien die ik graag op de reünie gezamenlijk weer uit de sloot ga halen.

Als leerling was ik erg kieskeurig waar ik wél of geen tijd aan besteedde. Het leren van de stof voor proefwerken kostte mij geen moeite maar het bijhouden van periodeschriften was een uitdaging. Ik haalde er geen genoegen uit en een hoop schriften zijn onaf gebleven. Ook mijn liefde voor boeken hield op, toen het fenomeen ‘boekenlijst’ zijn intrede deed. Nederlands en geschiedenis waren mijn favoriete vakken. Ook Duits en Engels gingen mij gemakkelijk af. Wel had ik meer plezier willen halen uit de lessen. Ik ging vaak pas laat slapen en de eerste twee lesuren op school had ik daardoor regelmatig moeite om mijn ogen open te houden. Ik sliep vaak in de bus van en naar school. Als de schooldag pas om 10 uur was begonnen, dan had ik ongetwijfeld meer plezier aan de lessen beleefd en dan had ik ook meer periodeschriften tot een goed einde weten te brengen. Ik ben nog steeds een avondmens.

Ik voelde mij erg thuis in de klas. Aan de schoolreizen die we naar Schiermonnikoog, de Ardennen en Tsjechoslowakije maakten, bewaar ik warme herinneringen. Ook de optredens van Normaal in de feesttent waarbij na afloop een groep vrienden en vriendinnen uit de klas bij ons thuis bleef logeren blijven mij altijd bij.

Op de bovenbouw maakte ik veel foto’s van schoolreizen, toneelstukken en klassenfeestjes. De foto’s konden bij mij worden nabesteld. Vooral in het laatste jaar ontwikkelde ik steeds meer interesse voor ‘het audiovisuele vak’. Ik deed mijn stage bij de ziekenomroep van het Martini Ziekenhuis en kwam er ook daarna regelmatig om radioprogramma’s te maken. Samen met Wiendelt ging ik filmpjes maken en ook onze eindwerkstukken gingen over film en video. We wonnen zelfs de eerste prijs op het Groninger amateurfilmfestival met een film waarin Halina Reijn haar eerste rol voor de camera speelde. Ik werd nieuwslezer en later presentator van een ochtendprogramma bij de lokale zender OOG Radio en uiteindelijk ook cameraman bij OOG TV.

Tussen de bedrijven door ging ik mijn havo-diploma halen. Ondanks het schooladvies ‘twee jaar havo onder strenge begeleiding’ koos ik ervoor om, net als veel klasgenoten, die twee jaar in één jaar te doen. Het behalen van dit diploma bleek een makkie. Leren voor SO’s en examens vond ik leuk. Mijn tijd kon ik dankzij het certificatenonderwijs flexibel indelen. Leren deed ik vaak ’s nachts. Ik woonde inmiddels ook op mezelf in de stad. Omdat het reizen en het vroege opstaan daardoor verleden tijd waren, had ik veel extra tijd en vooral veel energie. Na mijn havo-examen schreef ik mij in voor het vwo, maar door mijn werkzaamheden bij OOG, het spelen in een band, diverse cursussen bij de USVA en een sociaal leven, had ik niet de tijd om de daarvoor benodigde certificaten te halen. Ik had inmiddels ook besloten dat havo voldoende was omdat ik naar het hbo wilde.

Samen met Wiendelt ben ik toegelaten voor de studie Audiovisuele Media aan de HKU. Ik verhuisde van Groningen naar Utrecht. Na het behalen van mijn hbo-propedeuse ben ik gestopt met mijn studie en op mijn 19e aan het werk gegaan als cameraman in Hilversum. De eerste vier jaar in vaste dienst en daarna freelance. In de loop der jaren ben ik ook steeds meer regie, montage en inspreekwerk gaan doen. Ik maakte tv-programma’s en documentaires over beeldende kunst bij de AVRO en heb ook veel bekende programma’s gedaan zoals Wie is de Mol, TROS TV Show, De TV Kantine, campagnefilms voor UNICEF, Pinkpop, North Sea Jazz Festival, cabaretvoorstellingen (van Toon Hermans tot Hans Teeuwen), films voor bedrijven en musea en 118 afleveringen Zondag met Lubach.

Sinds 2003 ben ik de vriend van Sylvia, en inmiddels deel ik mijn huis met de twee Saluki’s (windhonden) Shaffy en Odie en de rode kater Elmo. Na 15 jaar in Hilversum te hebben gewoond, zijn wij twee jaar geleden neergestreken in een klimaatneutrale bungalow in de Almeerse ‘ecowijk’ Oosterwold. Wij hebben daar samen met 37 andere gezinnen een stuk landbouwgrond gekocht en onze straat laten bouwen via een CPO (bouwvereniging). De straat, de openbaar toegankelijke weg en wandelpaden, de sloten en ook de afvalwaterzuivering hebben wij in eigen beheer. Het is in onze wijk verplicht om 50% van je kavel agrarisch in te richten. Daarom hebben wij een grote tuin met fruit- en notenbomen, vruchtenstruiken, een moestuin en een kas. Tuinieren is mijn nieuwe hobby. Zelfvoorzienend worden is het doel. Nu verbouw ik mijn groente in bakken en de kas; op termijn wil ik mij gaan richten op permacultuur. Ook wil ik voor genoeg planten en bloemen zorgen om insecten het hele jaar door van voedsel en verblijfsplaats te voorzien.

Dat ik moestuinieren zó leuk zou gaan vinden had ik niet verwacht. De pret begint al bij het voorzaaien in maart. Op het moment dat ik dit schrijf – het is nu april – staat de woonkamer vol met plantjes die klaar zijn om in de moestuin of kas te worden geplant. Ik word er blij van als zo’n groen sprietje z’n kop boven de aarde uitsteekt. Het is magisch dat een klein zaadje uiteindelijk bijvoorbeeld tientallen liters courgettesoep oplevert. Het is gaaf om te ontdekken dat witlof ontstaat door de knollen in de winter in het donker te laten ‘trekken’. En het is fantastisch dat alles uit de moestuin veel lekkerder smaakt dan de producten uit de supermarkt. Bovendien vind ik niets meditatiever dan door de tuin te struinen en de werkzaamheden op me af te laten komen.

Ik wil zoveel mogelijk bewuste keuzes maken als het gaat om mens, dier en milieu. Daarom eet ik plantaardig en maak ik bewuste afwegingen in wat ik koop, met welk bedrijf ik zaken doe, waar ik bankier en op welke politieke partij ik stem. Ik ben ervan overtuigd dat het maken van een kleine rimpeling in het wateroppervlakte de enige manier is om grote golven te veroorzaken.

Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Daarom hebben we – naast een dak vol zonnepanelen en een warmtepomp – ook een houtkachel om in de wintermaanden ’s avonds op de grote bank met het hele ‘gezin’ gezellig naar Gardener’s World te kijken. Dat gezin ligt trouwens niet alleen op de bank, maar vaak ook bij ons op bed. Dat is voor mij het toppunt van knusheid.

 

2 gedachten over “Martijn Tervoort

Voeg uw reactie toe

  1. Hallo Martijn, wat een geweldig verhaal. Zo leuk om te lezen hoe jij je jongere jaren hebt beleeft. Ik kan me de feesten bij Normaal ook nog goed herinneren, hossen en klossen tussen de ontblote bierbuiken van de plaatselijke boeren totdat we kletsnat waren van het bier. De geur van onze kleding en schoenen de volgende ochtend waren nog erger dan de vloer van de Blauwe Engel op zondagochtend. De foto’s die jij maakte van onze uitjes heb ik nog, net als een cassettebandje met muziek dat je voor me opnam (deze vond ik laatst terug, mijn kinderen vroegen zich af wat je met zo’n ding kon doen). Leuk dat ik geregeld naar programma’s heb gekeken waarbij jij achter de camera stond. Erg inspirerend om te lezen hoe jij nu woont, want ik fantaseer de laatste tijd ook over iets soortgelijks, maar dan ergens op het platte land van Drenthe waar ik vandaan kom. Hopelijk zien en spreken we elkaar volgend jaar. Groetjes Wendi

  2. Tinus, ik heb je natuurlijk ongeveer in al je levenskeuzes gevolgd en veel van nabij meegemaakt. We hebben samen een bedrijfje gehad, veel film en tv ideeën uitgewerkt. Ik denk ook nog vaak terug aan alle vakanties, feestjes, bandjes, etentjes. Ik vind het heel inspirerend om te zien hoe gedegen jij jouw keuzes maakt en je daarin nog meer de Martijn bent geworden die je al was. Hou van jou vriend!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ondersteund door WordPress | Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑